Weetjes over de bever

Oranje tanden

Bevers hebben feloranje tanden omdat er veel ijzer in hun glazuur zit. Dit maakt hun gebit ijzersterk, waardoor ze zelfs dikke bomen kunnen omknagen zonder dat hun tanden breken. Omdat de achterkant van hun tanden sneller slijt dan de voorkant, blijven ze altijd vlijmscherp.

Ingebouwde duikbril 

Onder water hebben bevers een extra, doorschijnend ooglid dat over hun oog schuift. Dit werkt als een natuurlijke duikbril: ze zien precies waar ze zwemmen, terwijl hun ogen beschermd blijven tegen vuil en takjes.

Geurige vanillekonten 

Bevers bakenen hun territorium af met castoreum, een gele vloeistof uit speciale klieren onder hun staart. Gek genoeg ruikt dit goedje naar zoete vanille en hout. Vroeger werd het door mensen zelfs gebruikt als smaakstof in vanille-ijs en als ingrediënt in parfum!

Vegetariërs

Een bever is een echte planteneter. In het voorjaar en de zomer staan vooral kruiden, grassen en waterplanten op het menu. Ook wortelstokken, bladeren en jonge twijgen lust hij graag. In de winter eet hij veel bast van zachte boomsoorten, zoals wilgen en populieren. Het harde hout zelf verteert hij niet. Dikkere takken en stammen kunnen wel worden gebruikt bij het bouwen en herstellen van een dam of burcht.

Dichtgeknepen neus en oren

Zodra een bever kopje-onder gaat, sluiten zijn neusgaten en oren zich automatisch af met speciale spierklepjes. Zo komt er tijdens het duiken geen enkel druppeltje water in zijn longen of oren terecht.

Eten onder water zonder te stikken

Bevers hebben flappen in hun mond (achter hun voortanden) die hun keel afsluiten. Hierdoor kunnen ze onder water aan takken knagen en hout verzamelen zonder per ongeluk een mond vol water binnen te krijgen of te stikken.

Een ingebouwd zwempak

Een bever heeft een ontzettend dichte vacht met wel 10.000 haren per vierkante centimeter (mensen hebben er slechts een paar honderd op hun hoofd). Hij vet z’n vacht voortdurend in met een speciale olie uit zijn eigen lichaam, waardoor hij na een lange duiktocht kurkdroog op de kant klimt.

De ingebouwde kam

Aan de binnenste teen van de achterpoten heeft de bever een dubbele nagel die werkt als een fijngetande kam. Hiermee kamt hij na het zwemmen vuil en klitten uit zijn vacht en verdeelt hij zijn waterdichte vachtvet.

Trouwe partners

Bevers leven meestal als vaste paren. Samen delen ze hun territorium en verzorgen ze hun jongen. De paartijd valt vooral in januari en februari. Na een draagtijd van iets meer dan honderd dagen worden meestal twee of drie jongen geboren, vaak in mei of juni. De kleine bevers komen behaard en met geopende ogen ter wereld. Ze kunnen al binnen korte tijd zwemmen, maar blijven tijdens hun eerste levensweken meestal veilig in of vlak bij de burcht. Jonge bevers wonen vaak ongeveer twee jaar bij hun ouders voordat ze een eigen leefgebied zoeken.

Multifunctionele staart

De platte, schubbenachtige staart is echt superhandig: de bever gebruikt hem als roer bij het zwemmen, als stut om op te stutten tijdens het knagen, en hij slaat er keihard mee op het water om de hele beverfamilie te waarschuwen bij gevaar.

Beverburcht

Een beverfamilie kan wonen in een hol in de oever of in een burcht van takken, plantenresten en modder. De ingang ligt meestal onder water, terwijl de woonruimte zelf droog en boven het waterniveau blijft. Dat maakt het verblijf veilig en beschut. In ondiepe beken bouwen bevers soms een dam. Daarmee verhogen ze het waterpeil, zodat de ingang van hun woning onder water blijft en ze gemakkelijk naar hun voedsel kunnen zwemmen. Zo passen bevers hun leefomgeving helemaal aan hun eigen wensen aan.

Wat doen bevers in een jaar?

In de winter hebben bevers het moeilijk, er is weinig jong groen te vinden om te eten en het is koud. Soms verzamelen ze een takkenvoorraadje. Het liefst blijven ze zoveel mogelijk binnen in hun warme burcht. Overdag met sneeuw en ijs laten ze zich soms zien, het is dan niet zo koud als ‘s nachts. In de winter paren bevers ook, meestal in het water met hun buiken tegen elkaar.

In de lente kunnen bevers weer frisgroene blaadjes eten, in plaats van bast en wortels. In mei worden de jonkies geboren, meestal een stuk of drie. De eerste 3 maanden krijgen ze moedermelk.

Als de bevertjes 8 weken zijn, gaan ze voor het eerst buitenspelen. Eerst blijven ze dichtbij de burcht, later gaan ze ook zelf voedsel zoeken. In de zomer kun je vaak bevers zien. Ze gaan meer en langer naar buiten. Als bevers twee jaar zijn, gaan ze bij hun ouders weg. Meestal gaan ze ongeveer 20 kilometer verderop wonen.

In de herfst maken bevers hun burcht geschikt voor de koude tijd. Ze leggen er meer takken en modder op, dan blijft het binnen warmer. Ze eten dan ook veel, om een dikke vetlaag te krijgen. De bevers maken (water)paadjes die ze een beetje uitgraven. De paadjes zijn glad en modderig, makkelijk om takken overheen te slepen.

Emmie bij de beverboom

Back To Top