Struinen bij de Grensmaas 5: Meerser Koegriend

De Meerser Koegriend geldt als een van de meest indrukwekkende wildernissen langs de Grensmaas. De ongestuwde grindrivier heeft hier vrij spel. Na elke waterstandsverandering ontstaan weer nieuwe grindbanken en eilandjes.

Als allereerste proeflocatie voor het project Grensmaas werd het stroombed hier in 1998 verbreed en de uiterwaard verlaagd via grindwinning. Doel was om omliggende dorpen te beschermen tegen overstromingen zoals in 1993 en 1995. Het resultaat is een uitgestrekt, vrij toegankelijk natuurgebied waarin de dynamische riviernatuur volkomen haar eigen gang mag gaan.

Het is 21 juli 2026 en de thermometer tikt weer tropische waarden aan. Een verzengende hitte hangt over het Maasdal. Toch kan ik de verleiding niet weerstaan om op pad te gaan voor een nieuwe aflevering in de serie Struinen bij de Grensmaas. Mijn doel van vandaag: het dynamische natuurgebied bij Meers.

Start bij de oeroude bomen
Het avontuur begint meteen met een bijzonder stukje geschiedenis. Vlak bij het startpunt staat de Bomencirkel van Meers, ook wel de lokale Woodhenge genoemd. Deze indrukwekkende cirkel bestaat uit fossiele eikenstammen die uit de Maasbedding zijn opgediept. Ze hebben eeuwenlang geconserveerd gelegen in het grind. De oudste stam uit deze cirkel dateert maar liefst uit 2425 voor Christus, dus ruim 4.400 jaar oud(!).

De Maas op haar laagst
Zodra ik het struingebied in loop, valt meteen op hoe extreem droog het is. Waar de Grensmaas normaal een brede, krachtige stroom is, ligt de rivier er nu bescheiden bij. Door de langdurige droogte staat het water uitzonderlijk laag en zijn enorme grindbanken drooggevallen. Op een bepaald punt liggen er zoveel rotsblokken  droog, dat het lijkt alsof je zo van Nederland naar België kunt wandelen. Maar pas op: de onderstroom is verraderlijk snel en de natte rotsblokken zijn glibberig. Te gevaarlijk om te proberen, dus ik blijf veilig vanaf de Nederlandse kant.

Leven op de hete grindplaten
Ondanks de hitte is het gebied allesbehalve uitgestorven. Zo kom ik o.a. de wespspin tegen. Met haar felgeel-zwarte achterlijf hangt ze roerloos in haar web te wachten op een prooi. Opvallend is ook het groot aantal vlinders: atalanta, hooibeestje, distelvlinder en veel witjes. Groepen meeuwen en ganzen vliegen rond en aalscholvers bezetten de drooggevallen kiezelbanken om hun veren te drogen.

Dicht struikgewas
Bij de oever loop ik mezelf vast. De distels en brandnetels zijn zo hoog gegroeid, dat ik er nauwelijks doorheen kom. Maar ja, teruggaan is net zo lang als doorstruinen, dus ik kies toch maar (met veel moeite) voor het laatste. Een kudde robuuste Galloway-runderen staat rustig te herkauwen in de schaduw. Ze kijken nauwelijks op of om als ik passeer, ze hebben hun eigen manier gevonden om met de zomerhitte om te gaan.

Tekst en foto’s: Jan van den Berg

Foto’s onderweg

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top