MassaBIJeenkomst
Wat je op de foto ziet, is waarschijnlijk een volk dat tijdelijk aan een tak is gaan hangen terwijl het…
Wie goed kijkt langs de oevers van een vijver, sloot of rivier, kan zomaar stuiten op een klein natuurwonder. Vastgeklampt aan een rietstengel of grasspriet zit soms een perfect, maar levenloos omhulsel. Het is een exuvium: het achtergelaten ‘skelet’ van een waterjuffer die zojuist haar waterwereld heeft verruild voor het luchtruim.
Voordat een juffer sierlijk boven het water zweeft en fladdert, leeft ze één tot soms wel drie jaar onder water. In deze periode is het een vraatzuchtige larve die jaagt op kleine waterdiertjes. Omdat de larve een hard exoskelet (buitenskelet) heeft dat niet meegroeit, moet ze tijdens haar groeiperiode meerdere malen vervellen.
De allerlaatste vervelling is de meest spectaculaire. Wanneer de larve volgroeid is en de omstandigheden gunstig zijn, kruipt ze via een waterplant omhoog, de veilige waterwereld uit. Ze verankert haar pootjes stevig in de stengel. Dit moment is goed te zien op de foto’s: de pootjes houden de plant nog altijd in een ijzeren greep, hoewel het wezen dat ze bestuurde allang gevlogen is.
Het Mysterie van de Witte Draadjes
Als je heel nauwkeurig naar de macrofoto kijkt, zie je fijne, witte, warrige draadjes uit de rugopening steken. Dit is geen schimmel of spinnenweb, maar een fascinerend anatomisch overblijfsel. Insecten ademen namelijk niet door een neus of mond, maar via een ingewikkeld stelsel van adembuisjes (tracheeën) die door het hele lichaam lopen. Bij de laatste vervelling wordt zelfs de binnenbekleding van deze adembuisjes vernieuwd en naar buiten getrokken. De witte sliertjes die we hier zien, zijn dus letterlijk de oude ‘longen’ van de larve!
Wist je dat?
In tegenstelling tot vlinders kennen libellen en waterjuffers geen popstadium. Deze directe overgang van actieve waterlarve naar vliegend insect noemen we een onvolledige gedaanteverwisseling (hemimetabolie). Het proces van het uitsluipen duurt meestal enkele uren en is uiterst riskant; het insect is in deze fase bijzonder kwetsbaar voor roofdieren zoals vogels, spinnen, kikkers en grotere insecten..
Klaar voor de Eerste Vlucht
Zodra de larvenhuid op de rug openbarst, wurmt de juffer zich moeizaam naar buiten. Haar nieuwe lichaam en vleugels zijn op dat moment nog slap, nat en bleek. Door bloedvloeistof (hemolymfe) in de vleugeladers te pompen, worden de vleugels langzaam rechtgetrokken en uitgehard in de zon.
Zodra de juffer haar eerste vlucht maakt, blijft het doorschijnende exuvium achter. Het lege huidje vormt een stille getuige van een van de meest bijzondere transformaties in de natuur: de overgang van een verborgen leven onder water naar een bestaan in lucht en zonlicht.
Comments (0)